Istmoheros tuyrensis (Meek & Hildebrand 1913)

Tekst Rene Beerlink, foto's Matthijs Meindertsma en Christian Hofer
Etymologie: 

Geslachtsnaam is samengesteld uit “Isthmos”, wat smalle doorgang of vernauwing betekent, in combinatie met de oude cichliden-naam “Heros” dat held betekent. De term Istmos gebruikte Rican om te refereren aan de landengte die hem van zijn zustergeslacht Talamancaheros scheidt.

 

De soortnaam is een referentie aan de typelocatie, de Rio Tuira.

 

Referentie: 

Meek S.E & Hildebrand S.F. 1913. New species of fishes from Panama. Field Museum of Natural History, Vol X, blz 89-90

 

Literatuur: 

-- Conkel D. 1993. Cichlids of North and Central America, blz 96

-- Fishbase. Istmoheros tuyrensis (Meek & Hildebrand, 1913)

-- Konings A. 1989. Cichlids from Central America, blz 54

-- Meek S.E & Hildebrand S.F. 1913. New species of fishes from Panama Vol X, blz 89-90

-- Rican O. et al 2016. Diversity and evolution of the Middle American cichlid fishes with revised classification

-- Riehl R. en Baensch H. 1996. Mergus Aquarium Atlas, band 3, blz 754-755

-- Stawikowski R / Werner U. 1998. Die Buntbarsche Amerikas, band 1, blz 404 – 405

-- Unesco World Heritage Centre – Darien National Park. https://whc.unesco.org/en/list/159/

 

Beschrijving: 

'N beetje trots met de borst vooruit en de staart omlaag, zo laat hare majesteit tuyrensis zich graag fotograferen. Ze maakt er geen geheim van, dat ze niet veel op heeft met het overige vin-volk. Ze heeft hiervoor zelfs haar bandenpatroon aangepast. Deze staan een beetje schuin, totdat ze haar koninklijke pose heeft aangenomen. Dan staat alles weer keurig recht. En je zou 't misschien niet zeggen, maar Istmoheros is het zustergeslacht van Talamancaheros, in het leven geroepen door Rican 2016. Het zoveelste monotypische geslacht waarvan de verwantschap niet meer valt af te lezen. Dit is jammer, maar in dit geval misschien onvermijdelijk. Want hoewel de leden van beide geslachten het evolutionaire pad lange tijd deelden, zijn de ecologische en morfologische verschillen inmiddels zó groot geworden dat samenvoeging een onwerkbare diagnose had opgeleverd.

 

In het boek “Cichlids from Central Amerika” ontvouwt Ad Konings een interessante theorie over het ontstaan van deze soort. De voorouders van C. altifrons (een ongespecialisseerde omnivoor) zou door toenemende competitiedruk vanuit Zuid-Amerika (coeruleopunctatus en crassilabris) gedwongen zijn zich te specialiseren. Hierdoor splitste de soort zich in een meer carnivore (Calobrense) en een een meer herbivoren (tuyrense) soort. Beide worden nog steeds in hetzelfde riviersysteem aangetroffen. Alhoewel deze inzichten inmiddels (door moderne gentechnologieën) zijn achterhaald, geeft het toch een mooi voorbeeld van de wijze waarop de soortenrijkdom in

Midden Amerika heeft kunnen ontstaan en naar alle waarschijnlijkheid nog steeds ontstaat. I. turyunsis is in 2016 door Rican uit het geslacht Vieja gehaald omdat Vieja tot de Herichthynes behoord en I. tuyrensis tot de Amphilopines.

 

Weinig kleur, maar zeer variabel getekend (zie foto's). Kleine donkere puntjes in het midden van de schubben vormen lijnen over het lichaam. Deze worden prominenter naarmate de dieren ouder worden. Zes schuine dwarsbanden die meestal slechts op het midden van het lichaam zichtbaar blijven. Hierdoor ontstaat een rij van zeven vlekken (zes dwarsbanden plus de staartwortelvlek). Het type exemplaar dat Hildebrand in 1913 beschreef had overigens zeven dwarsbanden en geen zes. Ook uit de aquariumliteratuur zijn varianten bekend met zeven dwarsbanden. Over de neus lopen óók nog drie dwarsbanden. De vis kan soms prachtig olijfgroen worden, maar meestal overheersen de grijstinten. I. tuyrensis wordt 25 tot 30 cm groot.

 

Herkomst: 
Rio Bayano en Rio Tuira stroomgebied in Panama
Verspreiding: 

Istmoheros tuyrense is endemisch voor de Pacifische zijde van Oost Panama. De soort komt hier in

twee stroomgebieden voor, de Rio Tuira en de Rio Bayano.

 

1. De Rio Bayano kunnen we eigenlijk geen rivier meer noemen. In de middenloop, van wat we nu de Rio Chepo noemen, heeft men in 1976 een dam gebouwd waarna de rivier hier langzaam veranderde in een stuwmeer. De bouw van de dam overspoelde hierbij 350 km2 ongerept tropisch regenwoud en verdreef twee inheemse stammen van hun voorouderlijke cultuurgronden. Door de aanleg van toegangswegen werd het gebied door buitenstaanders verder gekoloniseerd en nam de biodiversiteit en de ecologische waarde verder af. Tegen deze achtergrond moeten we het huidige habitat van I. tuyrensis in dit deel van de Rio Bayano schetsen. Een habitat dat totaal verschilt met dat van de I. tuyrensis uit het Rio Tuyra stroomgebied.

 

2. De Rio Tuyra staat in open verbinding met de zoutwaterlagune “Golf de San Miguel” en loopt stroomopwaarts door het Nationaal park Darién helemaal naar de Colombiaanse grens. Hier gaat het grootste natuur reservaat van Panama over in het Los Katíos Park van Colombia. Het Panamese natuurpark strekt zich uit van bijna aan de Caraïbische Zee tot aan de Stille Oceaan. Er zijn

meerdere habitats, van rotsige kuststroken en zandige stranden tot mangroven. De grootste delen zijn evenwel voorbehouden aan tropisch regenwoud en moerasgebied. Grote delen van het park zijn nauwelijks toegankelijk. Er zijn hier geen wegen en dit park is de enigste onderbreking van de Pan-Amerika route, een weg die het Noordelijkste puntje van Noord Amerika verbind met het Zuiderlijkste puntje van Zuid Amerika.

 

De rio Nicanor en de Rio Sanson (waar onze aquariumpopulaties vandaan komen) zijn veel kleinere riviertje dan de vorige twee en liggen hier geografisch 'n beetje tussenin. Deze riviertjes ontspringen in de San Blas Cordillerra, een bergketen aan de Noord-Oost kust en ontwateren in de moerassen rond de monding van de Rio Tuira. Ze zouden om die reden dus beschouwd kunnen worden als onderdeel van het Rio Tuira stroomgebied. Het is niet toevallig dat hier onze aquariumvissen vandaan komen, want dit gebied is nog enigszins toegankelijk en beschikt over een beperkte infrastructuur. Beide riviertjes stromen afwisselend door landbouwgebied en restanten van tropisch regenwoud.

 

Habitat:

Terwijl de dieren in de Bayano in stilstaand voedselrijk water met veel waterplanten (Hydrilla) leven, worden de Tuyra-dieren aangetroffen in traag stromende, vaak troebele rivieren zonder waterplanten. Hier lijden zij een karig bestaan waarbij zij het voornamelijk moeten hebben van detritus (organisch materiaal dat zich in binnenbochten van riviertjes ophoopt) en overhangende landvegetatie. Algen groeien alleen op plaatsen waar het zonlicht onbeperkt de bodem kan bereiken. Dit zal in het dichtbegroeide park Darién slechts bij uitzondering het geval zijn. Pas in de regentijd als de oevers onderlopen, wordt het menu van de Tuira-variant veelzijdiger en vooral ook eiwitrijker. Dit is dan ook de tijd waarin de dieren in staat zijn zich voort te planten.

 

Gedrag: 

Uit rapporten op fora en persoonlijke correspondentie blijkt dat we hier met een rustige, terughoudende, maar toch wilskrachtige soort te maken hebben. Ze laten zich niet snel uit het veld slaan, maar gaan de confrontatie aan wanneer nodig. Van de andere kant zullen ze hierbij echter niet snel gaan jagen, zeker niet als het cichliden van een andere soort betreft. Onderling zijn ze wat actiever.

 

Voedsel: 

Omnivoor die, buiten de regentijd, een armzalig (detrivore -herbivore) bestaan lijdt. De vis moet het dan vooral hebben van de overhangende landvegetatie, aangevuld met de spaarzame algen, die hier en daar op de stenen groeien en het organisch materiaal dat zich in de luwere delen van de rivier verzameld. In de regentijd wanneer de oevers overstromen wordt het dieet een stuk gevarieerder en vooral ook eiwitrijker. Naast puur vegetarische kost komt er plotseling een gevarieerd menu van allerlei landinsecten inclusief hun larven en eieren, wormen slakjes en wat al niet meer zij beschikbaar. Dat dit seizoensgebonden voedselaanbod effect heeft op hun bioritme lijd geen twijfel.

 

Kweek: 

Open substraat broeder. Stawikowski en Werner melden in hun boek dat hun dieren pas het tweede jaar geslachtsrijp werden. De dieren waren toen reeds 20 cm. Inmiddels zijn er (via fora) ook meldingen van eerdere geslachtsrijpheid bekend geworden, met een grootte tussen de 12 en 15 cm. De geslachtsverschillen worden pas goed duidelijk bij aanvang van de broedtijd. De vrouwtjes vertonen dan één of twee rugvinvlekken en terwijl de banden op de rugzijde verbleken, worden ze aan de buikzijde juist contrastrijker. Ook de keelregio wordt nu donkerder. Zodra de dieren wat ouder zijn blijven de geslachtsverschillen permanent door de grotere afmetingen en het stijlere kop-profiel bij de mannetjes.

 

Aquarium: 

Het is niet helemaal duidelijk wanneer deze vis bij ons zijn intrede deed. Het zal ergens in de jaren tachtig zijn geweest. Van een echte doorbraak is het echter nooit gekomen. Tot op de dag van vandaag blijft het een sporadisch gehouden soort. Dit zal ongetwijfeld iets met het sobere kleurpatroon te maken hebben. Toch zijn het zeer attractieve vissen voor in het aquarium. Dit wordt door bijna iedereen bevestigd die deze soort verzorgd heeft. Het gebrek aan kleur wordt nml. ruimschoots gecompenseerd door hun vijfig tinten grijs, waarmee ze iedere keer weer andere patronen tevoorschijn weten te toveren (zie foto's).

 

'N twee-meterbak is geen overbodige luxe, want deze dieren worden uiteindelijk toch wel zo'n 25, misschien zelfs wel 30 cm groot. Daarbij is I. tuyrensis (zoals wel meer Panamezen) zeer infectiegevoelig. Wat extra volume kan dan geen kwaad. De waterkwaliteit zal ivm deze gevoeligheid serieus gewaarborgd dienen te worden. In de praktijk betekent dit een toereikende filtercapaciteit en frequente waterverversing, minimaal de helft per week. Voor het geval het onverhoopt toch eens misgaat en u gedwongen wordt te gaan behandelen is het verstandig een middel als metronizadol achter de hand te hebben (of een middel dat dit bevat), want hoe eerder u reageert hoe groter de kans van slagen. Dit is een soort antibiotica, maar wel eentje die de aerobe bacteriën in het filter in leven laat.

 

Voorkomen is echter beter dan genezen. In dit verband wil ik nog even wijzen op het belang van en gevarieerd menu, waarbij vooral de ballaststoffen belangrijk zijn. Zoals vermeld eet dit dier in de natuur bladeren van landplanten. Landplanten hebben in tegenstelling tot waterplanten véél meer cellulose in het weefsel. Dit gebruiken ze voor stevigheid en tegen uitdroging. Dieren die landplanten eten zijn vaak te herkennen aan een langere darm. Als we deze dieren nu gaan voederen met onze hapklare visse-brokken, heeft het laatste stuk van die darm niets meer te doen. Dit leidt onherroepelijk tot problemen. Plantaardige voeding mag in het aquarium dan ook niet ontbreken, sterker nog, dit zou het hoofdbestanddeel moeten vormen.

 

In tegenstelling tot veel andere Midden Amerikanen komt I. tuyrensis niet altijd gemakkelijk tot broeden. Misschien dat hier een meer seizoensgerichte verzorging uitkomst zou kunnen bieden. Een gevarieerd menu, gevolgd op een periode van schaarste zou deze hormonale stagnatie kunnen doorbreken. Behalve in voedselaanbod kan er dan ook met andere parameters geschoven worden, zoals temperatuur, stroomsnelheid, waterpeil, watersamenstelling en wel op een manier die de jaarlijks fluctuerende situatie zoveel mogelijk nabootst.

 

Een gedempte verlichting in combinatie met een donkere bodem kunnen de dieren verleiden méér van hun donkere patronen tonen. Inrichting met hout en stenen. Deze vis kunnen we (afhankelijk van de ruimte) prima samengehouden met andere rustige bewoners. Met de volgende soorten zijn door aquariumhouders in de loop der tijd positieve ervaringen opgedaan. K. uffermani, G. crassilabris, D. calobrensis. C. altifrons, A. lyonsi, A. P. splendida, rhythisma T. maculipinnis, A. septemfasciata A. myrnae of R. octofasciata en ongetwijfeld zijn er nog wel meer combinaties denkbaar.

 

PH 7-7,9; GH 3-4; KH 3-4; Temp 25-30 (Conkel)

PH 6,9-7,6; GH 4-12; KH 4-13; Temp tot 32 (Stawikowski)

Istmoheros tuyrense is een niet zo'n opvallende, maar hierdoor niet minder interessante vis voor de serieuze Midden Amerika liefhebber.
 

Stoplicht: 
Oranje
Herkomstgebied: 
synoniemen: 

Astatheros tuyrensis

Heros margaritifer