Chortiheros wesseli (MILLER 1996)

Tekst Rene Beerlink, foto Christian Hofer
Etymologie: 

Vernoemd naar Richard Wessel, accountmanager bij de verzekeringsmaatschappij van zijn familie. Niet direct de achtergrond die je met een vissen- naam associeert, maar dit heeft dan ook meer betrekking op hetgeen Richard in z'n vrije tijd doet. Richard wordt dan nml. “Rusty” 'n soort rockster onder cichlidenliefhebbers (Citaat, dochter). En dat is niet eens zo'n gekke vergelijking want Rusty Wessel behoort tot de bekendste Midden-Amerika specialisten ter wereld. Iedereen die zich binnen de cichlidenhobby met Midden Amerika gaat bezig houden, komt zijn naam vroeg of laat 'n keer tegen. Rusty heeft meer dan 150 vangreizen naar Midden Amerika gemaakt en de vissen die hierbij verzameld werden, werden nagekweekt in “Wessels Fishhouse”, een kwekerij met zo'n 100 aquaria met een gezamenlijke inhoud van 30 kuub. Van daaruit werden vele nieuwe soorten in de hobby geïntroduceerd, waaronder ook deze Chortiheros wesseli. Daarnaast is Rusty ook auteur, fotograaf en spreker bij aquariumverenigingen. In 2009 was Rusty in Nederland. Ter gelegenheid van nationale cichlidendag gaf hij in Utrecht een lezing voor NVC leden.

 

De geslachtsnaam refereert aan het Ch'ortí-volk, afstammelingen van de Maya's, naar wie ook het Chortis block vernoemd werd (een van de belangrijkste geologische componenten van Midden Amerika). Het grootste deel van deze Maya's woont in Guatemala, maar restpopulaties bevinden zich in El Salvador en Honduras. Het Ch'ortí-volk levert tot op de dag van vandaag strijd voor teruggave van land.

Referentie: 

Miller, R. 1996. Theraps wesseli, a new species of cichlid fish from the Caribbean slope of northern Honduras. Tropical Fish Hobbyist (44) 10. blz 179 -183

Literatuur: 

-- Artigas Azas J. 2015 Profile Chortiheros wesseli, Cichlidroom

-- Bruin de M. 2009. Rusty Wessel: Rio Pánuco (Cichliden uit Midden Amerika) NVCweb

-- Grad J. 2010. Honduras unbekanntes land teil 1 und 2. Cichlidwelt forum

-- Artigas J. 2016. profile Chortiheros wesseli, Cichlidroom

-- Miller, R. 1996. Theraps wesseli, a new species of cichlid fish from the Caribbean slope of northern Honduras. Tropical Fish Hobbyist

-- Raleigh Aquarium Society 2018. About Rusty Wessel

-- Rican O. et al. 2016. Diversity and evolution of the Middle American cichlid fishes with revised classification

-- Stawikowski R./ Werner U. 1998. Die buntbarche Amerikas, band 1, blz 416 tm 417

-- Wassenaar S. 2010. Het onbekende gezicht van Midden Amerika, Honduras

-- Wessel R. 1998. Discovery, Pursuit and Capture of Theraps wesseli

-- Wilfredo A. 2009. Annotated checklist of the freshwater fishes of continental and insular Honduras

Beschrijving: 

Chortiheros wesseli is zeldzaam in de natuur en waarschijnlijk nóg zeldzamer in de hobby. Rusty Wessel schatte het voorkomen ten opzichte van andere vissen in dezelfde rivier 1:1.000. De vis komt bovendien slechts in een zeer beperkt gebied voor en is één van de drie endemische vissen van Honduras. Op het Nederlands Cichlidenforum krijgen we met de zoekopdracht “wesseli” drie resultaten, alle drie onderdeel van 'n opsomming. Mogelijk dat er in het oude, maar helaas verloren gegane forum wél informatie over deze vis te vinden was. Een indicatie hiervoor vinden we op het Duitse Cichlidenwelt-forum waar nog redelijk veel (oude) informatie bewaard is gebleven.

 

Wat opvalt bij deze vis is het ontbreken van dwarsbanden. Onder normale omstandigheden draagt de vis een smalle lengteband van het oog tot aan staartvin, aan weerszijde geflankeerd door een lichtere zone, eindigend in een staartwortelvlek. Grondkleur zilver-geel. Rug donkerder, buik lichter van kleur. Tijdens de broedtijd kleurt het lichaam onder de lengtestreep bij beide geslachten donkerder. Bij het vrouwtje tot gitzwart. Deze broedkleur heeft bij Rusty wel eens de vergelijking met Melanochromis auratus ontlokt, een populaire aquariumvis uit de Afrikaanse Slenkmeren. Wat verder nog opvalt bij deze vis is het slanke postuur, pitse snuit met hoog gepositioneerde bek. Lengte ± 20 cm.

 

Oorspronkelijk beschreven als Theraps (Miller, 1996), maar genetisch onderzoek van (Rican 2006) toonde aan dat er geen verwantschap was met dat geslacht, zelfs niet met andere herichthyines. Chortiheros wesseli bleek tot ieders verrassing tot de amphilophines te behoren, maar neemt daar een nogal geïsoleerde en bijzondere positie in. Het is dan ook de meest rheofiele amphilophine met een (voor amphilophines) uniek kleurpatroon. Volgens de laatste inzichten (Rican 2016) is Chortiheros wesseli meer vergelijkbaar met en ook nauwer verwant aan Istmoheros en Hypsophrys. Gebaseerd op de ddRAD- analyse komt ze als een zeer lang gescheiden zustergroep van de visetende Petenia splendida uit de bus.

 

 

Herkomst: 
Honduras
Verspreiding: 

Zo'n beetje schuin op de Noordkust van Honduras loopt een bergketen genaamd Cordillera Nombre de Dios. Vanaf de kustplaats La Ceiba tot aan dit gebergte ontvouwt zich een betoverend mooi, biologisch rijk natuurgebied. Helaas slechts gedeeltelijk beschermd. Het Westelijk deel, Pico Bonito, geniet sinds 1993 wettelijke bescherming. Het Oostelijk deel dreigt ten prooi te vallen aan de gebruikelijke menselijke exploitatiedrift (landbouw en industrie) en is het leefgebied van onze Chortiheros wesseli. Hier komt zij in minstens drie rivieren voor, nml. de Rio Jutiapa, Rio Hauron en de typelocatie, Rio Belleaire, alle drie onderdeel van het Rio Papaloteca stroomgebied. Althans, zo lezen wij in de beschrijving.

 

Als we echter dit gebied met behulp van Google earth onder de loep nemen is, op de hoofdrivier na, géén van deze riviertjes terug te vinden en als we de GPS-coördinaten van de typelocatie intypen, stuiten we op een riviertje genaamd Rio Tomalla. Niet bepaald een naam die je zou kunnen verwarren met “Rio Belleaire” uit de beschrijving. Wellicht dat er in de recente geschiedenis naamsveranderingen zijn doorgevoerd of dat er interculturele verschillen aan ten grondslag liggen. In ieder geval klopt de locatie wel, want alle andere referentiekaders, zoals richting en afstanden tot andere plaatsen komen overeen met de beschrijving.

 

De kansen op voortbestaan van Chortiheros wesseli zouden enorm toenemen als de vis ook in het Pico Bonito Reservaat voor zou komen, maar vooralsnog ontbreken hierover gegevens. Er zijn wel indicaties die deze mogelijkheid ondersteunen. In 2007 kwam een groep Duitse aquarium-avonturiers terug van een expeditie door het Rio Platano Reservaat. In het stadje La Ceiba konden zij herstellen van hun ontberingen. Tijdens een ontspanningsduik in de Rio Cangrejal ontdekten zei tot hun eigen verbazing Chortiheros wesseli. Niet één, maar tientallen broedende koppels en in schril contrast tot eerdere ervaringen lieten deze zich, in de felle middagzon, tot op een halve meter afstand benaderen. Voor alle duidelijkheid, Rio Cangrejal heeft aftakkingen naar het Pico Bonito National Park.

 

Habitat

Het park en het aangrenzende gebied kenmerkt zich door een hoge graad van endemisme. Het herbergt ruim 80 reptielen en Amfibieën-soorten waarvan er 21 endemisch voor Honduras. Maar die endemie beperkt zich niet alleen tot reptielen, ook insecten, vogels en zoogdieren leveren hier uniek genetische configuraties. Nog niet zo lang geleden is hier zelfs nog een nieuwe ondersoort van slingerapen ontdekt. Zodoende lag het enigszins in de lijn der verwachtingen dat er onder het wateroppervlak ook nog wel het een en ander te ontdekken viel. Maar dit viel een beetje tegen. Na Chortiheros wesseli is er nog een levendbarende gevonden, Poecilia sp. 2 (Wilfredo 2009), maar daar hield het ook mee op.

 

De helderheid van het water, tijdens het droge seizoen, is spectaculair (Wessel 1998). Het is afkomstig van de berghelling waar de warme luchtstroom afkoelt en condenseert in de nevelwouden. Doordat de weg naar de oceaan hier relatief kort is, blijft het water verschoont van opgeloste stoffen en is het dus extreem zuiver en ook nog eens vrij zacht. In dit milieu bevindt zich onze Chortiheros wesseli. Het liefst in de sterkste stroming, midden in de rivier. Hiermee kwalificeert zij zich tot één van de meest rheofiele Cichliden van Midden Amerika. Als in het natte seizoen deze kleine riviertjes aanzwellen tot woest kolkende waterstromen is het bijna onvoorstelbaar dat deze dieren op hun plek weten te blijven.

Gedrag: 

Hierover bestaan tegenstrijdige berichten, van uitermate schuw tot gemakkelijk benaderbaar. Bij Rusty Wessel kozen de dieren al het hazenpad zodra hij in zicht kwam, terwijl Joachim Grad de dieren tot op een halve meter kon benaderen. Ook in het aquarium kunnen beidde uitersten in gedrag worden waargenomen. Het wegschieten tussen de stenen bij de minste verstoring tot uitermate agressief, met name naar soortgenoten. Er zijn ook liefhebbers die géén van deze problemen bij hun dieren ervaren. Het zou interessant zijn om eens te onderzoeken of en zo ja welke externe factoren hierbij een rol spelen. Deze gedragsverschillen komen ook bij andere soorten regelmatig voor.

Voedsel: 

Er heeft nog onvoldoende ecologisch onderzoek in de natuur plaatsgevonden om hier definitief uitsluitsel over te geven. Gezien is, dat ze in de aangroei op stenen pikten, de bodem afzochten, waar ze telkens kleine steentjes omdraaide, maar ook partikels in het vrije water grepen (Grad 2010). Deze veelzijdige foerageertechnieken wijzen op omnivoren voedingsgewoontes. De vorm en de stand van de bek geven een indicatie dat het geen echte aufwuchs-grazer kan zijn (Juan Artigas 2015). Juan houd het op een insectivoor en of Crustacea-eter.

 

Kweek: 

Buiten de broedtijd zijn de geslachten op een verschil in afmeting na, moeilijk van elkaar te onderscheiden. Tijdens de broedtijd krijgen beide ouders een donkere buik maar deze is bij vrouwtjes intensiever van kleur. In het aquarium zien we dat deze transformatie bij mannetjes nogal eens achterwege blijft. Dit kan komen door verminderde motivatie als gevolg van een gebrek aan competitie. Dit verschijnsel is nml. ook van andere soorten bekent. Vrouwtjes kunnen al bij 6 cm geslachtsrijp worden. Mannetjes bij 12 cm.

 

Open substraat broeder. De eieren worden beschut tegen de stroming, dicht bij de bodem afgezet. Zoals gebruikelijk bij rheofiele soorten zijn de eieren groot en de nesten klein. Grote jongen hebben grotere overlevingskansen in het stromende water. De vrouwtjes zorgen voor het nest (eieren en larven) en het mannetjes verdedigen de omgeving. Mannetjes zijn wel eerder vertrokken bij nadering van gevaar (Miller 1996). Het is indrukwekkend om te zien hoe ouders en jongen zich ook in de sterke stroming staande weten te houden. Tot een lengte van zo'n 2,5 cm zorgen de ouders voor hun jongen, deze zijn een replica van hun ouders.

 

Aquarium: 

Nadat de vis in 1991 door Rusty Wessel was ontdekt, duurde het nog 'n poosje voordat we de dieren ook van dichtbij in onze aquaria konden bewonderen. Rusty kreeg het beest namelijk niet zomaar te

pakken. Hiervoor is hij meerdere keren op de locatie teruggekeerd. Iedere keer was de vis de visser te slim af. Het dier hield er een ruime vluchtafstand op na en bij iedere nadering verdween het tussen de keien. Na vele pogingen werd besloten het eens 's nachts te proberen. De slapende C. wesseli bleek iets gemakkelijker te vangen dan de wakkere versie, maar nog steeds leverde dit te weinig op voor een gedegen beschrijving.

 

Toen kreeg Rusty een lumineus idee. Hij ging naar de plaatselijke pup en loofde een vorstelijke beloning uit voor iedere vis die ze hem konden overhandigen. Dit leverde hem de volgende avond 5 dieren op. Heel mooi, maar nog steeds 'n beetje te weinig voor een beschrijving. Zoals beloofd keerde hij de beloning uit, maar liet het aanbod staan. De volgende avond zal een van de kostbaarste uit zijn carrière zijn geweest, want de pup stroomde vol met vissers die C. wesseli hadden gevangen en hun beloning kwamen innen. Maar zo belandde de vis zonder naam dus uiteindelijk wel op de onderzoekstafel van Dr. Miller. Waarna de vis verder werd verspreid onder cichlidenliefhebbers over de hele wereld.

 

Alhoewel het hier relatief kleine vissen betreft worden bij deze soort toch ruime bakken (vanaf 600 liter) geadviseerd. Redenen hiervoor zijn het beweeglijke karakter en zijn agressieve houding ten opzichte van soortgenoten. Daar komt bij dat deze dieren bijna allergisch reageren op stikstofverbindingen. Rede temeer om de bezettingsgraad laag (of de ruimte groot) te houden. In de natuur is het water (in de droge tijd) kristal helder ph. tussen de 7 – 8, erg zacht, tussen de 3 – 5 GH en met een gemiddelde temp tussen 26℃ en 29℃. In de natte tijd, neemt de stroomsnelheid echter sterk toe, wordt het water ondoorzichtig en daalt de temperatuur sterk. Het kan zelfs voorkomen dat de temperatuur tijdelijk onder de 20℃ zakt.

 

De zuiverheid van het water van oorsprong heeft veroorzaakt dat deze dieren weinig bacteriële weerstand hebben opgebouwd. Dit vereist in het aquarium veel hygiëne, dat zich vertaald naar filters met overcapaciteit, extra circulatiepompen maar bovenal veel en regelmatig water verversen. De inrichting kan beperkt worden tot zand en stenen. Creëer voldoende schuilplaatsen. Probeer met grotere stenen zo veel mogelijk zichtlijnen te doorbreken zodat dominante mannen niet in staat zijn vanuit één punt de hele bak te overzien. Hout ontbreekt zo goed als geheel in het biotoop van C. wesseli. Ook planten komen nauwelijks voor.

 

Om de natuurlijke schuwheid te overwinnen kunnen “medebewoners” gunstig uitpakken. Helaas zal dit op biotoop correcte wijze moeilijk uitvoerbaar blijken. In de stroomversnellingen waarin Chortiheros wesseli zich ophoud, komen behalve een grondel (Sicydium gymnogaster) niet veel andere vissoorten voor. Zeker geen vissen die ook verkrijgbaar zijn. Dit in tegenstelling tot de wat rustigere delen van de rivier, daar krioelt het juist van de vis, zoals bijv. Poecilia mexicana, Xiphophorus mayae, Belonesox belizianus, Cribroheros robertsoni en Cryptoheros cutteri. Misschien is het mogelijk beide habitats in één aquarium te verenigen, anders heeft u een prima alibi om C. wesseli te combineren met wat minder biotoop correcte grondelsoorten en zalmen.

 

Tot slot. Chortiheros wesseli is beslist geen vis voor beginners, Daarvoor stelt de vis te hoge eisen aan de setup, waterkwaliteit en de opmerkzaamheid van de verzorger. Maar voor de gevorderde onder u is het een aanbevelingswaardige soort. Het zijn, vooral in de paringstijd, prachtige dieren, waar we nog veel te weinig over weten. Bovendien betreft het een kwetsbare soort die vanwege zijn kleine verspreidingsgebied bedreigt wordt in zijn voortbestaan. Hier zou de hobbyist dus een rol van betekenis kunnen spelen.

Stoplicht: 
Oranje
Herkomstgebied: